Djoser-junioren knuffelen ‘ambassadeurs’ van een bedreigde diersoort
Op reis met Djoser Junior door Zuid-Afrika kun je in Stellenbosch iets doen wat je in je stoutste dromen niet voor mogelijk hield: cheeta’s aaien! En het mooiste is: de opbrengst van deze buitengewone ontmoetingen wordt besteed aan de instandhouding van deze bedreigde diersoort in zijn oorspronkelijke ecosysteem.
Wat is er namelijk aan de hand? Vooral in noordelijk Namibië en Botswana, maar ook in andere delen van het Afrikaanse continent, heeft de natuurlijke leefomgeving van de cheeta, ook bekend als jachtluipaard, geleidelijk plaatsgemaakt voor enorme weidegronden waarop veeboeren hun kuddes laten grazen. Deze vorm van extensieve veeteelt in (voormalig) wildgebied heeft natuurlijk tot gevolg dat cheeta’s regelmatig die kuddes aanvallen. Om die reden worden ze door boeren jarenlang systematisch afgeschoten.
Bedreigd
Lange tijd was er weinig tegen te doen, maar ondertussen was dit verschijnsel natuurlijk funest voor het overleven van deze bedreigde diersoort (naar schatting zijn er nog maar amper 15.000 cheeta’s, waarvan zo’n 2500 in Namibië). Een mogelijkheid zou kunnen zijn het migreren van bedreigde cheetapopulaties naar geschikter en veiliger oorden, maar plaatselijke wetten verbieden dit. Wild mag niet worden gevangen, laat staan vervoerd. En zo kwam de Zuid-Afrikaanse Annie Beckhelling, in 1997 de oprichtster van het Cheetah Outreach project, op een beter idee. Op het landgoed van Spier Wine Estates in Stellenbosch kreeg zij een hectare grond tot haar beschikking waarop nu al zo’n twaalf cheeta’s ronddartelen. De dieren zijn afkomstig van een fok- annex onderzoekscentrum in Pretoria. Ze zijn dus geboren in gevangenschap en hebben niet geleerd te jagen, dat maakt ze in principe ongevaarlijk voor het publiek. Ze zullen ook nooit in hun natuurlijke leefomgeving worden teruggezet, want dat zou hun ondergang betekenen. Zij hebben een bijzondere rol gekregen: die van ambassadeur van hun bedreigde soort.
Hondenkoppels
Van de donaties die het aaien en de fotosessies opleveren, verricht het Cheetah Outreach project nog meer goed werk. Op dit bijzondere stukje grond in Stellenbosch wordt, in samenwerking met het Cheetah Conservation Fund in Namibië, een bijzondere hondensoort gefokt en getraind. Deze Anatolian shepherd heeft de taak de Namibische veestapels te beschermen tegen cheeta’s. Het gaat om een hondensoort, afkomstig uit Turkije, die in zijn natuurlijke habitat al meer dan 5000 jaar veestapels beschermt door aanvaller(s) als wolven en beren te verjagen.
Volgroeide getrainde Anatolian shepherds worden gratis geplaatst op de weidegronden van Namibische boeren, samen met andere hondensoorten (zoals bordercollies) die vanuit hun natuurlijke instinct de herdersrol vervullen: de kuddes bij elkaar houden en indien nodig opjagen. De samenwerking tussen deze twee hondentypen is dermate succesvol dat cheeta’s meestal niet meer worden afgeschoten. Al ruim 200 boeren in Namibië zijn inmiddels van een doeltreffend hondenkoppel voorzien.
Luizenleventje
En de cheeta vaart er wel bij. Hij wordt weer gedwongen zich tegoed te doen aan zijn natuurlijke prooien (vaak gazellen, springbokken en impala’s). De cheeta is met een top van 110 km per uur weliswaar het snelste dier van de Afrikaanse savanne, maar die topsnelheid houdt hij maar zo’n 300 meter vol, dan is hij buiten adem. Daarom zal hij altijd eerst zijn slachtoffer omzichtig besluipen tot op zo’n 30 meter, om daarna toe te slaan. Als dat lukt, dan zal hij heel snel moeten eten. Want de cheeta legt het bijna altijd af tegen andere grote jagers die het op zijn prooi hebben voorzien. Daarom jaagt hij voornamelijk overdag, als de concurrenten doorgaans een dutje doen.
Hoe dan ook, deze natuurwetten zijn niet van toepassing op Joseph, Khaya en al die andere ‘tamme’ cheeta’s met klinkende namen, die vanuit hun veilig afgebakende leefruimten in Stellenbosch elke dag de bezoekers begroeten. Ze hebben er eigenlijk een luizenleventje. Speciaal getrainde vrijwilligers kunnen met ze dollen zoveel ze willen, al geven ze grote delen van de dag de voorkeur aan een kuierend en slapend bestaan. Alleen tegen voedertijd worden ze zeer actief, maar zelfs dan wachten ze ongeduldig, maar keurig op hun beurt.
De cheeta’s zien de vrijwilligers als bondgenoten van wie geen gevaar uitgaat, maar als de kinderen het ‘aaicentrum’ betreden om de dieren te knuffelen, gaan de katten voor de zekerheid aan de lijn. Dat gaat kennelijk altijd goed, getuige een bord bij de ingang van het complex: We are proud we can guarantee 100% security. Met een kleiner lettertje staat er weliswaar tussen: until now, maar geen bezoeker die daarom maalt. Zeker niet de Djoser-junioren die met hun ouders een prachtige rondreis door Zuid-Afrika maken. Trots tonen ze na de vakantie de foto’s met het levende bewijs van hun spannende ontmoeting met het jachtluipaard.
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.
Wat is er namelijk aan de hand? Vooral in noordelijk Namibië en Botswana, maar ook in andere delen van het Afrikaanse continent, heeft de natuurlijke leefomgeving van de cheeta, ook bekend als jachtluipaard, geleidelijk plaatsgemaakt voor enorme weidegronden waarop veeboeren hun kuddes laten grazen. Deze vorm van extensieve veeteelt in (voormalig) wildgebied heeft natuurlijk tot gevolg dat cheeta’s regelmatig die kuddes aanvallen. Om die reden worden ze door boeren jarenlang systematisch afgeschoten.Bedreigd
Lange tijd was er weinig tegen te doen, maar ondertussen was dit verschijnsel natuurlijk funest voor het overleven van deze bedreigde diersoort (naar schatting zijn er nog maar amper 15.000 cheeta’s, waarvan zo’n 2500 in Namibië). Een mogelijkheid zou kunnen zijn het migreren van bedreigde cheetapopulaties naar geschikter en veiliger oorden, maar plaatselijke wetten verbieden dit. Wild mag niet worden gevangen, laat staan vervoerd. En zo kwam de Zuid-Afrikaanse Annie Beckhelling, in 1997 de oprichtster van het Cheetah Outreach project, op een beter idee. Op het landgoed van Spier Wine Estates in Stellenbosch kreeg zij een hectare grond tot haar beschikking waarop nu al zo’n twaalf cheeta’s ronddartelen. De dieren zijn afkomstig van een fok- annex onderzoekscentrum in Pretoria. Ze zijn dus geboren in gevangenschap en hebben niet geleerd te jagen, dat maakt ze in principe ongevaarlijk voor het publiek. Ze zullen ook nooit in hun natuurlijke leefomgeving worden teruggezet, want dat zou hun ondergang betekenen. Zij hebben een bijzondere rol gekregen: die van ambassadeur van hun bedreigde soort.
Hondenkoppels
Van de donaties die het aaien en de fotosessies opleveren, verricht het Cheetah Outreach project nog meer goed werk. Op dit bijzondere stukje grond in Stellenbosch wordt, in samenwerking met het Cheetah Conservation Fund in Namibië, een bijzondere hondensoort gefokt en getraind. Deze Anatolian shepherd heeft de taak de Namibische veestapels te beschermen tegen cheeta’s. Het gaat om een hondensoort, afkomstig uit Turkije, die in zijn natuurlijke habitat al meer dan 5000 jaar veestapels beschermt door aanvaller(s) als wolven en beren te verjagen.
Volgroeide getrainde Anatolian shepherds worden gratis geplaatst op de weidegronden van Namibische boeren, samen met andere hondensoorten (zoals bordercollies) die vanuit hun natuurlijke instinct de herdersrol vervullen: de kuddes bij elkaar houden en indien nodig opjagen. De samenwerking tussen deze twee hondentypen is dermate succesvol dat cheeta’s meestal niet meer worden afgeschoten. Al ruim 200 boeren in Namibië zijn inmiddels van een doeltreffend hondenkoppel voorzien.
Luizenleventje
En de cheeta vaart er wel bij. Hij wordt weer gedwongen zich tegoed te doen aan zijn natuurlijke prooien (vaak gazellen, springbokken en impala’s). De cheeta is met een top van 110 km per uur weliswaar het snelste dier van de Afrikaanse savanne, maar die topsnelheid houdt hij maar zo’n 300 meter vol, dan is hij buiten adem. Daarom zal hij altijd eerst zijn slachtoffer omzichtig besluipen tot op zo’n 30 meter, om daarna toe te slaan. Als dat lukt, dan zal hij heel snel moeten eten. Want de cheeta legt het bijna altijd af tegen andere grote jagers die het op zijn prooi hebben voorzien. Daarom jaagt hij voornamelijk overdag, als de concurrenten doorgaans een dutje doen.Hoe dan ook, deze natuurwetten zijn niet van toepassing op Joseph, Khaya en al die andere ‘tamme’ cheeta’s met klinkende namen, die vanuit hun veilig afgebakende leefruimten in Stellenbosch elke dag de bezoekers begroeten. Ze hebben er eigenlijk een luizenleventje. Speciaal getrainde vrijwilligers kunnen met ze dollen zoveel ze willen, al geven ze grote delen van de dag de voorkeur aan een kuierend en slapend bestaan. Alleen tegen voedertijd worden ze zeer actief, maar zelfs dan wachten ze ongeduldig, maar keurig op hun beurt.
De cheeta’s zien de vrijwilligers als bondgenoten van wie geen gevaar uitgaat, maar als de kinderen het ‘aaicentrum’ betreden om de dieren te knuffelen, gaan de katten voor de zekerheid aan de lijn. Dat gaat kennelijk altijd goed, getuige een bord bij de ingang van het complex: We are proud we can guarantee 100% security. Met een kleiner lettertje staat er weliswaar tussen: until now, maar geen bezoeker die daarom maalt. Zeker niet de Djoser-junioren die met hun ouders een prachtige rondreis door Zuid-Afrika maken. Trots tonen ze na de vakantie de foto’s met het levende bewijs van hun spannende ontmoeting met het jachtluipaard.
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.